ChemoCap voor Sylvia
© Carla van Doorn 2006
Mutsje met parelrandje
Dit mutsje is geschikt voor een hoofdomtrek van ca. 57 cm. (maat S –
M )
Benodigdheden: 50 gr. katoen of katoen met viscose geschikt voor pendikte
3 - looplengte ca 140 m. bijvoorbeeld kleur licht-groen
50 gr. donker of middelgroen
1 rondbreinaald 40 cm 3 mm
5 korte (sokken) naaldjes 3 mm
1 haaknaald 3 mm
1 steekmarkeringsringetje
Gebruikte breisteken: Gerstekorrel in het rond: 1e toer * 1 r 1 aver vanaf
* herh.
2e toer * 1 aver, 1 r vanaf * herh.
(rechte) tricotsteek: alle toeren rond recht breien
averechte tricotsteek: alle toeren rond averecht breien
Gebruikte haaksteken: lossen, halve vasten, vasten
Picotrand: * picot ( 3 lossen, 1 vaste in de 1e losse vanaf de naald),
1
halve vaste in de volgende steek, nog een h.v. in de volgende steek,
Vanaf * herhalen en eindig de toer (rand) met een halve
vaste in de 1e losse van het 1e picot-tje van de toer. |
 |
Werkwijze:
Zet met de rondbreinld. 108 st. op met kleur A (bijv. l-groen) Zorg dat
alle st. netjes dezelfde kant op liggen (niet gedraaid) voor je de opzetronde
sluit. Op dit punt plaats je ook een stekenmarkeerder. Zo is altijd het
begin van de nieuwe toer herkenbaar.
Brei 2 toeren gerstekorrel in kleur A en vervolgens 2 toeren in kleur
B (bijv. d.groen) Herhaal deze 4 toeren nog 4x, dus in het totaal zijn
het 20 toeren. Vervolgens brei je met kleur A 2 st. aver, 8 st. r tricot,
*4 st. aver, 8 st.r. tricot vanaf * herh en eindigen met 2 st. aver. Brei
op deze wijze (dus alle toeren zoals de st. zich voordoen) door tot een
tot. hoogte van 14 cm.
Minder nu na iedere baan r tricot op het aver. gedeelte door 2 st. averecht
samen te breien. In het totaal minder je dus 9 keer in deze toer. Er blijven
99 st. over. Brei 1 toer zoals de st. zich voordoen zonder minderingen.
Herhaal deze laatste 2 toeren nog 2x. Er blijven 81 st. over. Precies
boven de punten van de laatste minderingen brei je een overhaling (1 st.
afh., volgende r. breien, de afgeh. st. over de gebr. st. halen) Inmiddels
zitten er geen aver. st. meer tussen de tricotbanen dus alles brei je
nu r. tricot. Je hebt nu 72 st. over. De volgende toer brei je zonder
minderingen. De laatste 2 toeren nog 7 x herhalen. Er blijven 9 st. over.
Knip de draad af maar zorg dat je een lang uiteinde laat zitten. Haal
de draad door de overgebleven steken. Trek goed aan en haal de draad door
naar binnen toe en werk hem netjes af.
Haak langs de onderkant van het mutsje een rand picot-tjes in kleur B.
Vervolgens haak je, dit om de tricot vlakken te accentueren, langs de
randen van de tricotbanen vasten in kleur B. (Zie detailfoto) Begin links
onder aan de tricotbaan langs de rand naar boven toe. Je neemt de buitenste
helft op van de tricotsteek en haak hierover de vasten. De gehaakte vasten
mogen aan de binnenkant van het mutsje niet zichtbaar zijn! Volg de randen
van de vlakken en eindig met een halve vaste in de eerste vaste waar je
begonnen bent. Werk nu alle draden netjes af, zodat ze geen hinder vormen
bij het dragen van het mutsje.
Succes!
|