ChemoCap voor Esther
© Jonna Lind en 2006
Maat: Deze muts past een kaal hoofd met een omtrek van 54 cm.
Materiaal:
· resten vrij dunne wol
· naalden zonder kop, 3,5 mm (4 stuks)
· maasnaald zonder punt
Stekenverhouding: 10 X 10 cm in tricotsteek = 17 steken X 30 toeren
Werkwijze:
Zet 91 steken op in rib (3 recht, 3 averecht), en verdeel de steken over
3 naalden. Bij het samenbrengen van de naalden moet je erop letten dat
het werk niet gedraaid is.
De muts wordt in verspringend rib gebreid: je zult na 1 toer merken,
dat er 1 steek te veel is. Deze moet je recht breien, en op de volgende
toe brei je 2 rechs, 3 avrechts, 3 rechts etc.. De laatste steek van een
toer is als het ware de eerste steek van de volgende toer. Hierdoor verspringt
het ribpatroon, en krijgt je een spiraalpatroon. Brei door in dit patroon
totdat de muts 14 cm meet (=43 toeren).
Minderen: Bij het minderen moet je proberen het patroon intact te houden.
1e toer: Brei 11 steken, brei de 12e en 13e steek samen, herhaal de rest
van de toer. Zo heb je 7 steken geminderd.
2e toer: : Brei 10 steken, brei de 11e en 12e steek samen, herhaal de
rest van de toer.
3e toer: : Brei 9 steken, brei de 10e en 11e steek samen, herhaal de rest
van de toer.
4e toer: : Brei 8 steken, brei de 9e en 10e steek samen, herhaal de rest
van de toer.
Je hebt nu 63 steken op je naalden.
Nu brei je elke 2 steken samen totdat er 7 steken over zijn. Hier haal
je een draad doorheen.
Sjaal
Wil je een sjaal bij je muts, kun je bijvoorbeeld 25 steken opzetten en
verspringend rib breien totdat de sjaal een de gewenste lengte heeft.
|