|
Plessis, Alphonsine (Duplessis, Marie)
1824-1847
La Dame aux Camélias
Hoewel nooit bewezen, neemt men aan dat het graf van
de in 1847 gestorven Alphonsine Plessis, het graf is van de door
Alexander Dumas jr geadoreerde prostituée Marie Duplessis.
Dagelijks leggen mensen bloemen bij haar graf, met name camélia's,
de bloem waaraan zij haar naam dankt: 'La Dame aux Camélias'.
Om aan te geven dat zij als prostituée niet beschikbaar was
tijdens haar menstruaties, droeg zij een rode camélia. Dit
niet alleen vanwege de kleur, maar ook omdat deze bloem vrijwel
niet geurt. Als tubercolose-patient kan zij namelijk niet tegen
bloemen met een sterke geur.
Zij sterft op 23-jarige leven aan tubercolose.
19 jaar na haar dood schrijft Dumas het volgende over
haar:
"La personne qui m'a servi de modèle pour l'héroïne
de la Dame aux camélias se nommait Alphonsine Plessis, dont
elle avait composé le nom plus euphonique et plus relevé
de Marie Duplessis. Elle était grande, très mince,
noire de cheveux, rose et blanche de visage. Elle avait la tête
petite, de longs yeux d'émail comme une Japonaise, mais vifs
et fins, les lèvres du rouge des cerises, les plus belles
dents du monde; on eut dit une figurine de Saxe. En 1844, lorsque
je la vis pour la première fois, elle s'épanouissait
dans toute son opulence te sa beauté. Elle mourut en 1847,
d'une maladie de poitrine, à l'âge de vingt-trois ans."
Hij schrijft een roman over haar personage die in het
verhaal de naam 'Marguerite Gautier' heeft en een toneelstuk 'La
Dame aux Camélias'.
Verdi gebruikt het verhaal als inspiratie voor zijn
opera 'La Traviata'.
Plessis wordt gezien als de patroonheilige van de onbeantwoorde
liefde.
Op de voorkant van de tombe is een kussentje bevestigd
geweest met daarop enkel het woord: 'regrets'.
Alexander Dumas jr
|