|
Moreau, Hégésippe
1810-1838
Moreau wordt geboren als zoon van een serveerster in
een herberg. Net als zijn broer Aloysius Bertrand, die er nooit
toe komt iets van zijn werk uit te geven, heeft ook hij een miserabel
leven. In Provins leert hij het beroep van typegraaf, waarna hij
in Parijs aan het werk gaat bij de drukkerij Frimin-Didot.
Tijdens de opstanden van 1830 vecht hij enthousiast mee op de barricades
en geeft hij zijn jas aan een gewonde Zwitser.
Uiteindelijk verliest hij zijn werk en slaapt hij noodgedwongen
in de bossen van het Bois de Boulogne of in kolenschepen die zijn
aangemeerd aan de kades. Het is in deze periode dat hij zijn gedicht
'Ode à la Faim' (Ode aan de Honger) schrijft.
Als hij verzwakt door de honger wordt opgenomen in het ziekenhuis
de la Charité, heerst daar toevallig net een cholera-epidemie,
waardoor ook hij willens en wetens (hij gaat expres in de bedden
van de cholerapatiënten liggen!) wordt aangestoken. Na een
kort verblijf in Provins komt hij wederom in de Parijse ziekenhuis
terecht, waar hij sterft, slechts 3 maanden na het uitkomen van
zijn eerste dichtbundel.
De grafzerk is gemaakt van blanke steen, het graf is
omgeven door een bijna verroest hekwerkje. Op de zerk staat een
buste die ooit verguld moet zijn geweest, maar nu een groen-grijze
tint heeft. De buste is uitgevoerd door Madame Montorgueuil. Het
bedrag dat nodig was de dichter op 28-jarige leeftijd te vereeuwigen
is bijeen gebracht door zijn bewonderaars.
Zijn belangrijkste werk was 'Myosotis' (vergeet-me-niet).
Op de zerk zijn enkele regels van Pierre Dupont aangebracht:
"Passant, sur la pierre qui s'use
aux baisers de l'air et de l'eau,
Lisez un nom cher à la Muse:
Hégésippe Moreau."
De regels tekst zijn vervaagd door randen van vergeet-me-nietjes.
Binnenkort vindt u hier een uitgebreidere biografie.
|